'Ik heet fout omdat de andere partij aan de regering is'

Een van de kleurrijkste figuren die kort na de Tweede Wereldoorlog in Veenhuizen verblijft is een zekere Hendrik Knigge. Hij zou later landelijke bekendheid krijgen als organisator van een reünie van oud-SS'ers.

Door JAN LIBBENGA

In het begin van de jaren vijftig zit een aanzienlijke groep SS'ers en NSB'ers gevangen in Veenhuizen en zij hebben daar als gezamenlijke hobby het hengstenhouden. Veearts Knigge uit Annen, oud Obersturmbahnführer van de Waffen SS, houdt er regelmatig voordrachten over hengsten. De groep mag ook wel eens per bus naar hengstenhouders in Donderen en krijgt dan gratis koffie met koek in café annex hengstenhouderij Hoving.

Aan een krant vertelt hij: 'Toen ik in Veenhuizen het laatste deel van mijn straf uitzat was daar een zekere H. Stoute directeur. Dat was een verzetsman, die de leiding had over ons politieke delinquenten. Stoute vroeg mij of ik een cursus wilde geven op mijn gebied, dat van veearts. Ik stelde enkele, voorwaarden, waaronder de mogelijkheid om op boerderijen in de buurt van Veenhuizen praktische lessen te mogen geven naast de theoretische. Met toestemming van de directeur.' Ook enkele Indië-dienstweigeraars uit Bankebosch volgden zijn cursussen. 

Als de heren weer op vrije voeten zijn, worden er nog steeds bijeenkomsten in café Hoving georganiseerd, alleen de gezamenlijke interesse voor het hengstenhouden wordt allengs verdrongen door de belangstelling voor het verleden: de groep, tot dan toe de Boerenclub geheten, verandert zichzelf met behulp van een notaris in een stichting genoemd naar de bekende SS'er Jan Hartman.

Hartman, vóór de oorlog een leidende functionaris van de NSB en tijdens de oorlog SS-Obersturmbannführer bij Hitlers keurcorps SS-Totenkopfdivision, belastte zich op Duits verzoek met de leiding van een reeks neo-fascistische organisaties. Hij had op 9 november 1952, Hitlers Heldengedenkdag, een herdenking willen organiseren van de SS-ers, die op de Duitse oorlogsbegraafplaats in de Peel begraven liggen. Door het optreden van de CPN-Kamerfractie werd de begraafplaats op het laatste moment gesloten. 

Toen de doodstraf van oorlogsmisdadiger Willy Lages werd veranderd in levenslang eiste Hartman dat nu ook alle Nederlandse oorlogsmisdadigers zouden worden vrijgelaten. 'De hogere machten, die ervoor gezorgd hebben dat Lages gratie kreeg, kunnen er ook voor zorgen, dat er iets gedaan wordt voor de 900 politieke delinquenten, die nog gevangen zitten. Het zijn wel geen lieve jongens, maar ze mogen toch niet in de steek worden gelaten,' verklaarde Hartman op een vergadering van de in 1959 opgerichte Stichting Oud-Politieke Delinquenten in Amsterdam, waarvan Hartman secretaris was. 

Als Knigge de Jan Harmanstichting opricht, is zijn naamgever al overleden. Het is geen politieke organisatie, verzekert Knigge. Het is een charitatieve instelling die zich ten doel stelt mensen die door hun oorlogsverleden in geestelijke en financiële nood verkeren te helpen. 'Tegen Jan Hartman heb ik in het begin al gezegd dat hij moest oppassen. Geen kleine kernen vormen, want dan zou men hem gaan. verwijten dat hij een geheime organisatie opbouwde. Doe alles openlijk, raadde ik hem aan.'

In 1970 wil hij weer een bijeenkomst voor SS'ers houden en Hotel Doedens in Donderen, wat de nodige aandacht trekt. Kranten lichten zijn doopceel. Het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie blijkt een dossiertje over Knigge te hebben aangelegd. Hij woonde toen de oorlog uitbrak in Amsterdam, en ging vrij snel na de inval de Duitsers in dienst bij de SS. In 1941 kwam hij terug uit Polen, en kreeg hij als officier van de Waffen SS het rayon Driebergen toebedeeld. Zijn functie: commandant van de Veterinaire Compagnie Landstorm Nederland. Hij was voornamelijk belast met het vorderen van paarden, auto's en rijwielen. 

Volgens gegevens van het Rijksinstituut speelde de Knigge een belangrijke rol bij het verraad de Amsterdamse (Joodse) directeur van de Melkcontroledienst, Van Gelder. Die werd door het Landesgericht eerst tot mmaanden Scheveningen veroordeeld. Kort na zijn vrijlating arresteerde de SS hem opnieuw, en via Amersfoort werd de Amsterdamse chemicus naar Mauthausen getransporteerd, waar hij omkwam.

Knigge ontkent in eerste instantie de informatie van het Rijksinstituut. 'Na de oorlog hebben de verzetsmensen het recht aan zich getrokken dat zijn goed waren. Dat is nog niet bewezen. Ik heet fout omdat de andere partij aan de regering is.' Waarop zijn vrouw aanvult: 'De historie moet nog uitwijzen dat wij fout zijn geweest.' 

'Ik sta nog steeds onvoorwaardelijk achter mijn idealen uit de oorlog', zegt Knigge in een ander interview en hij begint een lang verhaal over zijn leven, dat moet aantonen hoe hij aan zijn idealen is gekomen. 'Mijn godsdienst is de erfelijkheidsleer. De SS, dat staat voor Schütz-Staffel, gaan ook van het ras uit dat men wil beschermen en zuiver houden.' Hoe kan iemand nog zulke idealen koesteren, als ter wille daarvan ondermeer zes miljoen joden zijn vermoord? Knigge ontwijkt een antwoord. 'Ik ben niet voor het zuiverhouden van één, maar van alle rassen. Iedere jood, iedere neger, alle rassen of ze nou bruin, geel of rood zijn, zijn voor mij even volwaardig. Ik wil alleen het recht om mijn eigen ras zuiver te houden. Wij hebben Mozart, de negers hun jazz. Ieder ras heeft zijn gaven. De joden knokken nu in Israël toch ook voor hun eigen ras en eigen bestaan. Zij houden er dezelfde erfelijkheidsleer op na als de SS. Daar moet men eerbied voor hebben.'

Nadat burgemeester E. de Jonge van de plannen op de hoogte is, neemt hij contact op met hotelhouder Doedens en wijst hem erop dat het gemeentebestuur van Vries het beleggen van deze bijeenkomst hoogst onverstandig vindt. De hotelhouder is zelf ook al tot deze conclusie gekomen, als gevolg van de ontstane publiciteit vreesde hij moeilijkheden voor zijn bedrijf. 

Een nieuwe bijeenkomst zal er niet meer komen. In 1971 knalt Knigge met echtgenote ter hoogte van de Echtenseweg in Ruinen met hun auto uitgerekend op een stilstaande Duitse vrachtwagen. Hij wordt ter plekke gedood. 

Meer over Veenhuizen en de oorlog in de hernieuwde editie van  het boek Paupers & Boeven.  

Reacties